Meten is (alles over je maatschappelijke impact) weten

(Dit artikel verscheen bij de start van het actie-onderzoek op Kwinta.)

De economische impact van bedrijven valt, jawel, te becijferen. Maar hoe meet je als bedrijf of organisatie je maatschappelijke impact? Op 11 februari 2015 startte een door de Sociale InnovatieFabriek (SIF) geïnitieerd en door het IWT ondersteund actieonderzoek over het zichtbaar en valoriseerbaar maken van maatschappelijke impact. Dubbelgesprek met onderzoeker Tomas De Groote en kennismanager Caroline Godts van de SIF over het belang van waterdichte indicatoren.

Meten zonder ISO-normen

Meten en weten spreekt niet vanzelf wanneer het gaat over maatschappelijke impact, een veel gebruikt begrip om de maatschappelijke resultaten van organisaties en sociale ondernemingen zicht- en meetbaar te maken. Want hoe meet je langzaam evoluerende gedragsveranderingen die het mogelijke gevolg zijn jouw activiteit? Hoe meet je als er geen ISO-normen zijn of zelfs maar een benchmark voorhanden is? Een heikele vraag.

Kennismanager Caroline Godts: “Dit actieonderzoek en het brede, collectieve karakter ervan, hebben we opgezet omdat er een enorm gebrek aan praktijkervaring is rond het definiëren en evalueren van maatschappelijke impact. Dat merken we zélf op basis van de werking van de Sociale InnovatieFabriek."

"Vragen we onze innovatoren hoe en welke impact ze willen creëren en hoe ze die monitoren, dan blijven ze vaak het antwoord schuldig. Via dit actieonderzoek kunnen we de impact beschrijven en definiëren, en doelstellingen formuleren. In het veld is er een grote nood aan praktische tools om alles inzichtelijk te maken en te demonstreren.”

Impact monitoren

“Er zijn heel wat partijen betrokken bij dit actieonderzoek”, vult onderzoeker Tomas De Groote aan, die als kersvers medewerker van de Sociale InnovatieFabriek de brug slaat tussen de deelnemende actoren. “In eerste instantie zijn er een twintigtal gebruikers: een brede term voor de bedrijven en organisaties die hun maatschappelijke impact willen monitoren."

"Die gebruikersgroep is heel divers, van middenveldorganisaties (bijv. ‘de Verenigde Verenigingen’) tot startende ondernemers en bedrijven. Sommigen innoveren zelf al, andere hebben een eerder klassiek businessmodel. Het is belangrijk dat zij er bij zijn, om een Mattheüseffect te vermijden."

"Innovatoren zijn vaak al bewust bezig met maatschappelijke impact, waardoor je enkel met hen de aanloop van je onderzoek niet meer nodig zou hebben. Die gebruikersgroep zal begeleid worden door coaches, die samen met hen op zoek gaan naar de beste manier om impact te genereren”, gaat Tomas verder. “Zowel de coaches van Hefboom, Sliding Doors als de anderen hebben voeling met maatschappelijke vraagstukken, met MVO of duurzaamheidsrapportering.”

Het is een actieonderzoek, maar het begint met een bewustwordingsproces over wat ‘impact’ precies is. En voor wie en waarom je het zou meten.

Caroline: “Organisaties leren een onderscheid te maken tussen hun output en hun impact, is een belangrijke pijler van het onderzoek. Organisaties willen door hun activiteit een bepaald effect creëren. Maar welk voordeel willen ze dat dat oplevert? Welke extra skills nemen mensen mee dankzij die organisatie? Welke effecten ondervinden ze erdoor in hun leven? Die vragen zijn best uitdagend voor veel organisaties. Vaak redeneren ze dat wat zij doen, intrinsiek goed en goed bedoeld is, maar daar begint het natuurlijk pas mee. Het volstaat voor een alfabetiseringsproject niet om mensen taalvaardiger te maken – dat is enkel de outcome. Wat telt, is wat er concreet mee bereikt wordt – en dan land je bij je impact. Die vraag wordt vaak niet beantwoord."

Impact ≠ output

"Wij willen organisaties bewust maken van het feit dat ze een verschil maken in de maatschappij. Impact is heel anders dan output, omdat je vooral de langere termijn en de effecten op het vlak van de stakeholders in rekening brengt."

"Kijk naar het voorbeeld van de Sociale InnovatieFabriek: onze output is dat we heel veel innovatoren inhoudelijk en praktisch begeleiden bij het opstarten van hun sociaal en innovatief project of onderneming. Maar de impact is – of moet zijn – dat we in het middenveld en de economische sector een nieuwe beweging op gang helpen brengen en bewustzijn creëren over nieuwe oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. En dat we nieuwe tools aanbieden om daarmee om te gaan. Dat we misschien een cultuurshift teweeg kunnen brengen en nieuwe, repliceerbare businessmodellen zien ontstaan. Alweer: de lange termijn.”

Tomas: “Je moet een organisatie ook vragen voor wie ze impact gaan meten. Dat kan zijn voor de hele organisatie, voor een projectleider, voor externen, partners, financiers, moreel ondersteunende partners… Daarnaast moet je ook kijken naar de brede missie, of naar de impact van dat éne project waarvoor je gaat meten.”

Caroline: “Of een bepaalde lijn van projecten of business. Een retailer kan bijvoorbeeld zijn supply chain onderzoeken, omdat de keuze van leveranciers of producten een effect heeft op milieu en mensen. Je moet daarbij ook altijd inschatten hoeveel impact je kan verwachten van je eigen acties en tegelijk de impact van het veld inschatten waarin je je beweegt. Die foutmarge van indirecte effecten, de attributie naar de impact toe, is er altijd. Daar moet je zo eerlijk mogelijk over rapporteren.”

Tomas: “En dan zijn er nog de onbedoelde effecten: als je inspanningen levert om ecologischer te werken, wat kunnen daar de sociale gevolgen van zijn? Ook daar maakt meten je bewust van.”

Verrassend genoeg bestaan er al veel meettools voor maatschappelijke impact.

Caroline: “Ja, er bestaan heel wat methodes en tools om impact te meten, maar die worden om één of andere reden niet ingezet. Er zijn veel kwalitatieve en kwantificerende methodes, voor kleine en grote groepen… het hangt ervan af welk type organisatie je bent, hoe groot je doelgroepen zijn, wat je precies wil meten, wat je ermee wil aantonen…”

Tomas: “We starten met een literatuurstudie, een desk research, om alle bestaande tools te groeperen. Zo kunnen we op voorhand inschatten wat de pro’s en de contra’s zijn en welke methode bij welke organisatie past.”

Het einddoel van de studie is dus maatwerk aanbieden op basis van bestaande tools, niet zelf een nieuwe meettool ontwikkelen?

Caroline: “Tools zijn er op zich al genoeg, wij gaan ze praktisch testen en zien waar er een verfijning moet gebeuren, een aanpassing om ze haalbaar en implementeerbaar te maken. Die opdracht zullen we waarschijnlijk terugkaatsen naar de ontwikkelaars van de tools zelf."

"We willen vooral zorgen dat organisaties en bedrijven snel inzicht krijgen in hun maatschappelijke resultaten, waardoor die een element worden om rekening mee te houden in hun dagelijkse management. Als bedrijf elk kwartaal je cijfers aangevuld zien met een indicatie van je maatschappelijk impact: dat is het ideaalbeeld.”

Balanced Score Card

Even terug naar de kick-off en het verdere verloop van het onderzoek: hoe zien de verschillende fasen er uit?

Tomas: “Vanaf 11 februari gaat de studie van start met een grote, gemotiveerde gebruikersgroep en hun coaches. Er is ook een reflectiegroep die het onderzoek vanop afstand mee volgt. Twee jaar onderzoek lijkt lang, maar er valt heel wat werk te verrichten. Er is het voorbereidende werk zoals de juiste coaches koppelen aan juiste organisaties, het begrip maatschappelijke impact duiden, de juiste scope en methode kiezen… Academische partners werken ook mee. Zij bekijken hoe individuele cases een voorbeeld kunnen zijn voor anderen. We gaan op zoek naar een zinnige indicator voor een brede inzetbaarheid van de tool die daarna moet ontstaan. Tenslotte maken we een management tool aan: een balanced score card waarin naast economische ook maatschappelijk relevante KPI’s zijn opgenomen. De conclusies en aanpak van het actieonderzoek maakt de Sociale InnovatieFabriek online toegankelijk voor iedereen."

Caroline: “Op het einde van de rit hebben we een wegwijzer voor organisaties – middenveld en bedrijven – die het hen mogelijk maakt de juiste methoden te selecteren en te leren van de ervaring van de gebruikers. De do’s & don’ts, want er is echt een oerwoud aan tools.”

Sensemaker-methode

Zijn er voorbeelden van organisaties die al aan maatschappelijke impactmeting doen? En hoe zien jullie de langetermijneffecten van dit actieonderzoek?

Caroline: ”Ja, Vredeseilanden werkte met de Sensemaker-methode. Die vertrekt van een kwalitatieve analyse die op een statistische manier alle verhalen en de betekenis die gebruikers eraan geven interpreteert. Een tweede case is microStart, dat een impactmeting deed in samenwerking met Vlerick. Zij focusten meer op de social return on investment van hun werking. Door te kwantificeren en monetariseren gaven ze aan dat het de moeite loont om in hun werking -jobcreatie door micro-ondernemers - te investeren. Het zijn twee heel verschillende manieren om naar impact te kijken.”

Tomas: “De belangstelling is groot. Veel van onze innovatoren willen zélf weten welke maatschappelijke veranderingen hun concept teweeg brengt. Het helpt hen ook om de meerwaarde van hun concept te duiden bij partners of financiers. Al mag dat niet de hoofdbedoeling zijn.

Caroline: “Dit is echt het goede moment voor zo’n onderzoek. Internationaal schieten de lerende netwerken en onderzoekgroepen uit de grond en ook binnen de Europese Commissie wordt gezocht een naar zinvolle evaluatiemethode voor maatschappelijke impact. Kijk bijvoorbeeld naar The Third Sector Impact, een Europees onderzoeksproject. In ieder geval zullen we een community of practice gecreëerd hebben in Vlaanderen en op die manier zorgen dat meten routine wordt. Gaan er enkele grote spelers mee aan de slag, dan volgen er automatisch andere. Precies zo willen we impact meten in een stroomversnelling brengen.”

Interview: Wieland De Hoon. Foto's Frank Toussaint en Karen Hiergens.